Treinreis&Nuwara Eliya



Via flauwe haarspeldbochten vervoert de trein ons van het toeristische bergdorpje Ella naar het op 1890 meter hoge koloniale zomerverblijf van de britten, namelijk Nuwara Eliya. De Sri Lankanen met pelsmutsen en dikke winterjassen duiken op, boven de wolken heerst hier een onmiskenbare Britse sfeer waarbij behalve een golfterrein en een paardenrenbaan ook flinke (en lange) regenval en kou hoort.

Het verblijf in dit nostalgische plaatsje biedt ons de kans om heerlijke tochten te maken door landschappen van eindeloze theeplantages, in nevel gehulde wouden en bizarre bergketens om daarin van dichtbij of van ver af de mooiste watervallen te zien. In de hoogvlakte van de Sri Lankaanse hoge veluwe, Horton Plains, klimmen we naar het 2134 meter hoge World’s End, een steile kloof met een schitterend panorama tot in de verte gelegen kustvlaktes.

We observeren een prachtig natuurschouwspel tijdens de zonsopkomst waarbij de silhouetten van de bergen zich aan de horizon af tekenen als oplaaiende vlammen tegen de rood/oranje achtige hemel.

De lokale markt van Nuwara Eliya doet ons van oor tot oor glimlachen, maar soms ook huiveren als we de ‘verse’ kip in de met zon gevulde vitrines zien liggen met een vaag glimmend donkergeel laagje erover heen. Een mannetje met waterige ogen vraagt of wij op zijn weegschaal willen staan, vrouwen staan te dringen om de meest verse eieren te bemachtigen en de verse groenten en tientallen fruitsoorten doen ons verlangen om van alles een hap te nemen. We laten een grote zak, gemaakt van een krant, vullen met fruitsoorten die we over het algemeen niet heel goed of helemaal niet kennen en peuzelen dit op onze kamer van ons schattige guesthouse op een bergtop op.

In de ochtend worden we opgehaald door een grote Bob Marley fan, want dat is goed te zien aan zijn omgebouwde tuktuk met Bob Marley schilderingen en als hij vraagt of we van een muziekje houden knikken we instemmend niet wetende dat hij in zijn tuktuk een dikke subwoover heeft ingebouwd waar vanuit achter ons de vrolijke reggae klanken bonzen waardoor een piep in de oren niet te vermijden is. Tuffend met 10 kilometer per uur rijden we om zes uur in de ochtend door de nog stille straatjes richting het treinstation om in de trein te stappen richting Kandy. Een vier uur durende treinreis die ons dwars door de intens groene theeplantages, bergen, dorpjes die er uitzien als een center parcs community leidt en ons doet verwonderen over de mooie vergezichten met watervallen en bergtoppen. Wederom wordt ons van alles aangeboden door de kooplui die bij een willekeurige halte in de trein springen en we besluiten vanuit nieuwsgierigheid een Singalese (het juiste woord voor Sri Lankaanse) bittergarnituur uit te proberen wat bestaat uit gefrituurde groenten- en vishapjes die worden verkocht vanuit een rieten mand met als bodem rode pepers. We zijn blij verrast als we een hap nemen, want de hapjes zijn smaakvol en goed gekruid en een man die naast ons zit, met oorharen van 7 centimeter lang, knikt ons bemoedigend toe.

De laatste dagen van onze reis verblijven we in de voormalige hoofdstad van Sri Lanka, namelijk Kandy. Een bedrijvige stad waar veel gebeurd, veel te zien en te ervaren is. Zittend op ons balkonnetje met uitzicht op het thuisverblijf van in het oranje gehulde jonge monniken kijken we met veel enthousiasme uit naar onze laatste dagen in dit mooie en veelzijdige land.



home