Rafting & Jimbaran



De zojuist gekochte kilo garnalen op de vismarkt van Jimbaran smaken ons voortreffelijk zodra ze van de barbecue komen en voor ons worden neergezet met een marinade waar ze volgens ons patent op aan moeten aanvragen, want hoewel de meeste marinades of sausjes de originele smaak van vis verbloemen doet deze pittige doch ietwat zoete marinade dat niet. Het is 08.30 in de ochtend en we banjeren al sinds 06.00 uur rond op de beroemde vismarkt waar vele toeristen op af komen om een vis of een gedeelte daarvan te kopen en het vervolgens te laten bereiden in een van de restaurants op het strand. Tijdens de zonsopgang zijn wij de enige toeristen die er rondsnuffelen en we zien dan ook de meest bijzondere dingen, zoals een vissersboot die zich laat aanspoelen door de hoge golven en een ongelooflijke lading heeft van 14 blauwvintonijnen van wel 1,5 meter groot en die vervolgens op een versleten rijstzak met gaten wordt gelegd om door de loopjongens behendig te worden opgetild en te worden afgevoerd. De overdekte vismarkt is een mooi schouwspel van locals die hun kraampje, van 1 houten plank en 4 bamboostokken, zo aantrekkelijk mogelijk proberen te maken door de vissen dusdanig neer te leggen zodat ze de potentiele kopers met open mond en grote ogen meelijwekkend aankijken. Alle kleuren, soorten, maten en ogen gapen ons aan en we lopen met een glimlach rond in de geur van verse vis om van de ene gekleurde vis naar een haai te wijzen en andersom.

De stranden van Kuta, Legian en Seminyak zijn lang en uitgestrekt en zijn erg uitnodigend om een lange wandeling te maken in de branding van de zon, met je voeten in het kabbelende water op zoek naar schelpen die je normaal gesproken alleen in een encyclopedie kunt bewonderen. Op het strand staan zelfgefabriceerde barretjes met koelboxen, parasols en bierkratten als tafeltjes en zodra je een beweging maakt richting een van deze barretjes worden de plastic kuipstoeltjes behendig voor je neergezet om vervolgens met een brede glimlach te worden ontvangen en van een verse kokosnoot of een biertje te genieten. Eenmaal zittend bij Jimmy’s bar zien we een immens grote schildpad en we besluiten een kijkje te gaan nemen.

Het blijkt een organisatie te zijn die zich belangeloos in zet voor het welzijn van de zeeschildpadden en in het seizoen (wat nu gaande is) elke nacht patrouilleert op het strand om de zojuist gelegde eieren door moederschildpad, op te graven en te herbergen/beschermen, om na ongeveer 45 dagen de babyschildpadjes (wanneer ze uit het ei zijn gekomen) direct na een dag weer vrij te laten in de zee met behulp van geïnteresseerde toeristen. Wow! Dat is nog eens een initiatief en als we dan ook nog eens uitgenodigd worden om in de nacht mee op pad te gaan zijn we door het dolle heen! Uiteraard gaan we gretig op dit aanbod in en dat was het begin van drie nachtelijke avonturen waar we helaas nog geen moederschildpad hebben gezien. We hebben hele lieve, warme en boeiende mensen ontmoet en fijne gesprekken gevoerd in de nachtelijke uurtjes in het bijzijn van de babyschildpadjes en soms vanuit het zand opeens een klein grijs puntje te zien opkomen, zwoegend en proberend, uit het ei, het hele lichaampje bovenop het zand te krijgen. Het zien van een babyschildpadje wat per ongeluk op zijn rug draait en vervolgens probeert terug te draaien door zijn flippers als een malle heen en weer te bewegen, zijn nekje en hoofdje beweegt alsof hij aan het breakdancen is, crunches met zijn buik maakt en zijn alleruiterste best doet om zich om te draaien en na 20 seconden zichtbaar zuchtend de strijd voor een paar tellen opgeeft doet ons verliefd worden op deze aandoenlijke beestjes. Op de vraag of wij de volgende dag willen helpen met de organisatie van het loslaten van 450 schildpadjes rond het einde van de middag kunnen we dan ook niet anders dan toezeggend antwoorden en eigenlijk voelen we ons vereerd dat we dit mogen doen voor de Bali Sea Turtle Society 13 jaar geleden opgezet door de nog steeds gepassioneerde dierenvriend Mister Agung.

Het schrille contrast met de nachtelijke uurtjes is des te groter als we overdag, na een paar uur rijden, aankomen bij een houten kantoortje aan de rand van een rivier waar de stevige uitziende raftboten al klaar liggen voor een volgend ruig avontuur. We gaan een kleine 15 kilometer raften over een normaal gesproken niet zo ruige rivier door prachtige natuur die door het zonlicht zijn sterke punten nogmaals benadrukt aan de enthousiaste bezoekers. Helmpje op, lifejacket aan, peddel in de hand, instructie volgen en binnen vijf minuten springen we in de boot met een Australisch stel wat zichtbaar angstig is en ons met plezier voorin in de boot laat plaats nemen. Jeetje, wat hebben we gelachen toen we met de boot als gummibeertjes heen en weer werden geslingerd als we weer eens over een groot uitstekende rots probeerden te manoeuvreren waarbij de stroming ook niet echt de juiste uitwerking had op hoe de boot had moeten draaien. De instructeur schreeuwde vanachter uit de boot ‘forward, back, stop, lay down’ zodat we als een ervaren team, tegelijk, maar met nog weinig souplesse, enige invloed probeerde uit te oefenen op de stroming van de rivier.

Morgen vertrekken we naar het eiland Lembongan. Volgens insiders een eiland waar je het Bali kan ervaren zoals het 25 jaar geleden was. We kijken er dan ook erg naar uit om morgenochtend de enorme drukte van Kuta achter ons te laten en met de speedboot richting dit eiland te varen, maar eerst vannacht nogmaals samen met de rangers op zoek naar moederschildpad. Fingers crossed.



Nusa Lembongan